Alleen in mijn gedichten kan ik wonen (J.J. Slauerhoff)

Deze voorstelling uit 1990 en 1991 bestaat uit een twintigtal op muziek gezette gedichten van J.J. Slauerhoff. Hierbij zaten o.a. “De Zee”, “Alpenjagerslied”, “Liefde”, “In memoriam mijzelf” en “Woningloze”.

In het Slauerhoff jaar 1998 ging deze succesvolle voorstelling in reprise.

Idee & script: Stef van den Eijnden en Felix Strategier
Muziekcomposities: Paul Prenen
Piano: Paul Prenen
Cello: Susanne Degerfors en Judith van Swaay, Marjolein Meijer(1998)
Zang: Felix Strategier en Stef van den Eijnden
Accordeon: Felix Strategier

Recensie Trouw
15 oktober 1990, door Hans Oranje

Straatzangers tegen het burgerdom

De Gebroeders Flint, die tot verbijstering van velen de afgelopen zomer niet in de gelegenheid werden gesteld een nieuw straattheaterprogramma te maken, zingen Slauerhoff. In de Roode Bioscoop aan het Haarlemmerplein, hun uiterst knusse huiskamertheatertje, smijten Felix Strategier en Stef van den Eijnden Slauerhoffs afkeer van het Nederlandse burgerdom, zijn onvervulbare liefde en vooral zijn forse zwerversromantiek met stevige uithalen en tremolo’s de zaal in.

“Alleen in mijn gedichten kan ik wonen”, zoals het programma heet naar de beginregel van één van de gedichten, is een avond met verrassende composities van Paul Prenen en Strategier zelf. De muziek wordt uitgevoerd door Prenen aan de piano, en door twee cellistes: Susanne Degerfors en Judith van Swaay.
Daarnaast bespelen Strategier en van den Eijnden af en toe hun onafscheidelijke accordeon; ze blijven in dit programma de twee straatzangers, de zwervers, die in de rusteloze Slauerhoff een gevoelskameraad hebben aangetroffen.

Toch ondergaat de toekijkende luisteraar hun voordracht niet als een romantische liederenavond. Daarvoor is er te veel milde ironie, een soort diepe genegenheid voor de teksten van Slauerhoff die ze hebben uitgekozen, en die bij hen soms als “light verse” gaan klinken, zoals: “Ik roofde een landmeisje haar melk en deugd/ Met volle teugen, en had geen berouw”.
Halverwege de avond brengt het gezelschap een gedicht van Paul van Ostaijen over het passeren van de klimmende en de dalende heer, een geestig werkend contrast met de heftige gedichten van Slauerhoff.

“Hij leidde recht en slecht een onverdraagzaam leven”, dichtte de dichter over zichzelf. De onverdraagzaamheid krijgt van de vijf uitvoerenden een warm en aangenaam onthaal.

Copyright Theatergroep Flint